Blogs


Besturen anno nu: 



De kloof die niemand wil zien

De wereld van zorg en bedrijfsvoering is fundamenteel veranderd. Strakke structuren en voorspelbare processen hebben plaatsgemaakt voor een realiteit die vraagt om wendbaarheid, verbinding en menselijk leiderschap. En toch zie ik in de praktijk nog te vaak bestuurders die proberen grip te houden door enkel naar de cijfers te kijken.

Cijfers vertellen je wat er is gebeurd — zelden waarom. Wanneer je als bestuurder de verbinding met de operatie verliest, wordt beleid al snel een theoretische exercitie. Je mist de nuance van de werkvloer, de weerstand die onder de oppervlakte sluimert en de creatieve oplossingen die mensen bedenken als je ze de ruimte geeft. Wie alleen van bovenaf kijkt, ziet een organisatie. Wie door alle lagen heen kijkt, begrijpt haar.

Besturen is geen administratief proces. Het is een tactische discipline. En transparantie — hoe open een deur dat ook klinkt — blijkt in de praktijk keer op keer het verschil te maken. Mensen bewegen mee als ze het verhaal begrijpen. Ze hoeven het niet altijd eens te zijn met je koers. Maar als je hen meeneemt in je denken, blijven ze aan je zijde. Ook als het tegenzit.

Modern bestuur vraagt om aanwezig leiderschap. Niet omdat je als bestuurder alles zelf moet doen, maar omdat je aanwezig bent, luistert en begrijpt waar de frictie zit. Strategie die niet wordt begrepen door de mensen die haar moeten uitvoeren, is gedoemd te mislukken. Een goede leider faciliteert, verwijdert barrières en zorgt voor focus. En durft te benoemen wat niet werkt.

Want de uitdagingen van vandaag — personeelstekorten, digitalisering, complexe wetgeving — los je niet in je eentje op. Besturen is een teamsport.

Ik ben benieuwd: hoe ervaart jij de kloof tussen de strategische besluitvorming en de dagelijkse praktijk binnen uw organisatie? Is er voldoende focus op de werkvloer, of raakt het bestuur te ver verwijderd van de essentie?



Operationele Excellentie in Hoog-Risico Omgevingen: 

Waarom goede intenties niet genoeg zijn

Er gaat bijna nooit iets mis omdat mensen het verkeerd willen doen. Het gaat mis omdat de druk oploopt, de routine insluipt en niemand meer de moeite neemt om te zeggen wat iedereen eigenlijk al ziet. Ik heb het van dichtbij meegemaakt — en het blijft me verbazen hoe snel een goed functionerende organisatie kan afglijden zonder dat iemand het doorheeft.

In hoog-risico omgevingen — specialistische zorg, defensie, complexe procesoperaties — is het verschil tussen succes en falen flinterdun. Een calamiteit op de OK, een lekkage door gebrekkig onderhoud, een gebrek aan overzicht op het gevechtsveld. Al deze risico's zijn te beperken door simpelweg te blijven doen wat is afgesproken. Niet spectaculair. Wel essentieel.

De gevaarlijkste vijand is niet de grote crisis — het is de sluipende zelfgenoegzaamheid. Protocollen staan op papier maar eroderen langzaam in de uitvoering. Bij het Korps Mariniers leerde ik dat de standaard niet onderhandelbaar is — ook als de leider niet meekijkt. Dat principe heeft me nooit meer losgelaten. Op de werkvloer, in de boardroom, overal.

Operationele excellentie vraagt drie dingen. Een cultuur waarin fouten worden geanalyseerd in plaats van weggemoffeld. Nabijheid, want een bestuurder die de echte knelpunten niet kent, kan niet sturen op risico. En psychologische veiligheid: iedereen moet het mandaat voelen om stop te zeggen. Als dat mandaat er niet is, zwijgen precies de mensen die het beste weten waar het misgaat.

Operationele excellentie is geen project. Het is een dagelijkse oefening. Hoe staat jouw organisatie ervoor — worden de signalen van de werkvloer gehoord, of verdwijnen ze ergens onderweg?

Pragmatisch Leidinggeven: 


De Kunst van het Eenvoudig Houden

In mijn gesprekken met directies en managers valt me steeds hetzelfde op: de oplossing zit zelden in nóg meer beleid. Ze zit in het terugkeren naar de essentie. Organisaties groeien, regels stapelen zich op en de druk om te veranderen is groter dan ooit. Maar complexiteit is zelden de oplossing voor complexiteit.

Pragmatisch leidinggeven is geen quick fix. Het is een bewuste keuze voor snelheid en slagkracht — zonder de lange termijn uit het oog te verliezen.

Besluiten op basis van wat je nu weet

We kennen het allemaal: het plan moet perfect zijn voordat we durven te starten. Maar een plan dat voor 80% goed is en nú wordt uitgevoerd, is waardevoller dan een plan dat volgende maand perfect is. Pragmatisch leidinggeven is durven besluiten op basis van de feiten die je nu hebt — en bijsturen onderweg. Dat vraagt lef. En vertrouwen in jezelf en je team.

Nabijheid is geen micromanagement

Een pragmatische leider weet wat er op de werkvloer speelt — niet om alles zelf te doen, maar om barrières weg te nemen. Het verschil zit hem in de vraag die je stelt. Niet: "Waarom is dit rapport nog niet af?" Maar: "Wat heb jij nodig om jouw werk vandaag beter te doen?" Die ene vraag verandert de dynamiek volledig.

Vertrouwen als managementinstrument

De grootste fout die ik zie: management dat bepaalt hoe het werk moet worden gedaan. Dat demotiveert en vertraagt. Een pragmatisch leider zet de kaders, bewaakt het resultaat en geeft mensen vervolgens de ruimte om hun eigen weg te vinden. Vertrouwen is het meest efficiënte managementinstrument dat er bestaat. En het kost niets.

Pragmatisch leidinggeven creëert rust. Je filtert de ruis weg voor je mensen. Je maakt keuzes: dit doen we wel, dit niet. Je zegt nee tegen projecten die geen waarde toevoegen. En dat is bevrijdend — voor je team én voor jezelf.

Kijk eens kritisch naar de agenda van je volgende directieoverleg. Hoeveel tijd gaat op aan strategische reflectie, en hoeveel aan het repareren van processen die allang simpel hadden moeten zijn?

Soms is de beste strategische beslissing die je kunt nemen: stoppen met wat niet werkt en gewoon doen wat nodig is.g die je kunt nemen: stoppen met wat niet werkt en simpelweg doen wat nodig is.